Leids model2018-08-24T13:43:48+00:00
Loading...

Het gemeentebrede Ondernemersfonds

De opkomst van Ondernemersfondsen werd in 2005 ingezet in de stad Leiden. In deze stad is op initiatief van een groep georganiseerde ondernemers het eerste Ondernemersfonds van het land opgericht. Op aanvraag van ondernemers is de ozb voor niet-woningen met een afgesproken bedrag verhoogd. De meeropbrengst van die verhoging wordt één op één via een subsidie overgedragen aan het Ondernemersfonds. Een fonds voor en door ondernemers.

Op ruim veertig plekken in het land heeft dit voorbeeld navolging gekregen. Nog ieder jaar worden er nieuwe gemeentebrede fondsen naar ‘Leids model’ opgericht.

We zetten in dit artikel de vijf belangrijkste kenmerken van het gemeentebrede Ondernemersfonds op een rij.

Eerste kenmerk – iedereen betaalt mee

In een gemeentebreed fonds doen alle eigenaren en gebruikers van zakelijk onroerend goed mee. Allemaal betalen zij via de ozb mee aan collectieve activiteiten en voorzieningen. Zonder uitzondering. De bijdrage van iedere ondernemer hangt samen met de woz-waarde van het bedrijfspand. In de meeste gevallen gaat het om een bijdrage tussen de 50 en 70 euro per 100.000 woz-waarde. Daarmee is de individuele draaglast goed te overzien. En tegelijkertijd is het collectieve budget wel substantieel genoeg om echt slagkracht te ontwikkelen.

Iedereen betaalt mee aan het fonds via een verhoging van de ozb voor niet-woningen. Dat betekent dat ook niet-commerciële organisaties meedoen: ziekenhuizen, scholen, cultuurorganisaties, sportverenigingen. Het is even wennen. Maar in de bestaande fondsen ervaren ondernemers en non-profit organisaties de participatie van beiden als een grote verworvenheid.

Tweede kenmerk – vrije bestedingsruimte

In een ondernemersfonds geldt volledige vrijheid ten aanzien van de bestedingen. Alles wat de ondernemers aanmerken als hun gezamenlijk belang komt voor financiering in aanmerking. In de winkelcentra kan het geld besteed worden aan sfeerverlichting, promotie en evenementen. Op de bedrijventerreinen gaat het weer vaker over beveiliging en parkmanagement. Maar er is veel meer mogelijk: lobby en belangenbehartiging, opplussen van de openbare ruimte, infrastructuur- en duurzaamheidsinvesteringen, onderzoek naar glasvezel, organisatie van stagemarkten en bedrijfsdagen voor het onderwijs, enzovoorts.

Ondernemers kunnen bovendien sparen in het Ondernemersfonds. Er geldt geen bestedingsdwang.

Derde kenmerk – overheid op afstand

Bij de start van een ondernemersfonds worden twee harde afspraken met de gemeente gemaakt.

  • Het non-interventie beginsel: de gemeente bemoeit zich niet met de bestedingen vanuit het fonds. Ondernemers zijn vrij in het bepalen van hun bestedingen. Zelfs als de gemeente het daar niet mee eens is.
  • Het non-substitutie beginsel: er worden geen publieke taken op het bordje van ondernemers geschoven.

Die laatste afspraak is gemaakt om te voorkomen dat een gemeente haar onderhoudsniveau gaat terugschroeven zodra er een ondernemersfonds actief is. Overigens is de ervaring dat het precies andersom gebeurt. Private investeringen in de bedrijfsomgeving, lokken juist extra publieke investeringen van de overheid uit.

Daar hoort wel een zekere transparantie bij. Aan het einde van het jaar verantwoord het fonds aan de gemeente wat er met het geld is gebeurd.

Vierde kenmerk – budgetverdeling op lokale maat

Het staat ondernemers vrij een organisatievorm te kiezen die past bij de lokale omstandigheden. De meeste bestaande fondsen werken met zogenaamde trekkingsrechten. Een belangrijk deel van het geld vloeit daarbij terug naar de gebieden en sectoren waar het wordt opgebracht. Ieder winkelcentrum, bedrijventerrein en sector beschikt daarmee over een eigen budget. Via een verenigd verband kunnen zij zelf beslissen wat met het geld moet gebeuren.

Het geld wordt onder één loket gehouden. Dat scheelt administratie. Het is handiger voor de verantwoording. En de btw-teruggave – alle fondsen kunnen de btw terugvragen – wordt in één keer wgeregeld.

Steeds meer fondsen kiezen ervoor een deel van het fondsbudget aan te wenden voor gebiedsoverstijgende belangen. Het gemeentebrede budget van bestaande fondsen varieert van 10 à 20 tot 80, en zelfs 100%. Het kan allemaal. Goed onderzoek vooraf moet uitwijzen welke indeling het meest recht doet aan de lokale situatie.

Vijfde kenmerk – stabiele en bewezen constructie

Het Ondernemersfonds in Leiden maakt zijn 13e jaar door. En er zijn veel meer fondsen die al lang door hun proefperiode – meestal drie jaar – heen zijn. In tegenstelling tot BIZ en Reclamebelasting is het gemeentebrede fonds niet vatbaar voor bezwaar. Er kan slechts bezwaar worden gemaakt tegen de waardering van het pand, niet tegen de verhoging an sich. Het gemeentebrede fonds is ongevoelig voor juridische haarkloverij.

Door de flexibiliteit van het model functioneert het fonds op de meest uiteenlopende plekken. In grote steden: Utrecht, Leeuwarden, Groningen, Leiden. In gemeenten met veel industriële bedrijvigheid: Helmond, Zwijndrecht, Vlaardingen, Heerenveen. Maar ook toeristische gebieden: Noordwijk, Terschelling, Schiermonnikoog. En in samengestelde gemeenten met een groot buitengebied: Súdwest-Fryslân, Westerveld, Pijnacker-Nootdorp, Bodegraven-Reeuwijk.

Neem contact op

Neem contact met ons op via bijgaande contactgegevens, of vul het formulier in. Wij komen spoedig met een reactie!


Contactgegevens

  • 071-524 7500
  • info@blaauwberg.nl

  • 06- 1217 2126 (Rob)

  • Vestwal 2-4 , 2312 NP Leiden